“De kerk is een plek waar je altijd terecht kunt”

 De 80-jarige moeder Dicky, haar 56-jarige zoon Gerard en de 17-jarige kleinzoon Abel gaan alle drie graag naar de kerk. Ze missen bijna geen zondag. Drie generaties lang is de familie Van Doodewaard al verbonden met de Protestantse Gemeente Lelystad. In die jaren is er heel wat veranderd. Een gesprek over de kerk door de generaties heen.

Wat betekent de Ontmoetingskerk voor jullie?

Abel: “Voor mij is het een gezellige plek met een leuke vriendengroep.

Ik ga vooral graag naar de soos. Vader Gerard sluit zich daar bij aan: “De kerk draait voor mij om de contacten. Ik geniet van het koffie drinken na de dienst en de ontmoeting.”

Gerard en Abel kerken al van jongs af aan bij de Protestantse Gemeente Lelystad, maar voor oma Dicky is dat niet het geval. Zij komt oorspronkelijk uit Friesland. De Ontmoetingskerk was voor haar een verademing. “Ik kom uit Harlingen en toen we naar Lelystad verhuisden in 1973 vond ik het hier meteen geweldig. In de Ontmoetingskerk kon ik gewoon mezelf zijn. Hervormd en Gereformeerd Samen. Het was niet zo strak. Al de vragen die ik had, konden hier gewoon gesteld worden. Hier voelde ik me direct thuis.” Dat thuisgevoel herkennen Abel en Gerard ook.

Ik kom echt voor het spelen van de liederen. Het is ook fijn om tijdens de collecte een eigen gekozen muziekstuk te spelen.

Klik hier om te lezen

Klik hier om te lezen

Hoe is het om jong te zijn in de kerk?

Dicky begint direct te vertellen over de catechisatieles. “We moesten de hele catechismus uit ons hoofd leren en tijdens de catechisatie mochten we om beurten een hoofdstuk opzeggen. Daarna was het uur voorbij en kon je weer naar huis. Er werd niet over gesproken met elkaar. Daar heb ik geen fijne herinnering aan.” Wat wel een glimlach op haar gezicht brengt, zijn de verhalen over het verenigingsleven. “In het begin had je nog een aparte jongens- en meisjesvereniging. Later ging dat samen en ben ik zelfs presidente van de Gereformeerde Jeugd Vereniging geworden. Ook gingen we als groep vanuit Harlingen naar de zogenoemde toogdagen. Die dagen waren eigenlijk huwelijksmarkten.” Bij dat woord schiet Abel in de lach en kijkt hij zijn oma wat ongeloofwaardig aan.

Gerard: “Ik heb vooral goede herinneringen aan de soos. Er was af en toe een bandje en je mocht vanaf je 16e al bier drinken. Het was heel gezellig.” Ook Abel geniet van de ontmoeting in de kerk: “Ik vind het leuk dat we echt een vriendengroep zijn.” Dicky: “Het is nu veel leuker voor de jongeren. Vroeger mocht je niks vinden, je moest gewoon twee keer naar de kerk.” Abel gaat ook naar jeugdkerk. De jonge ren komen één keer in de maand samen voor een eigen jongerendienst. “We hebben het nu met jongerenwerker André over wat muziek voor je kan betekenen en van welke muziek je houdt. Hij heeft wel een hele aparte smaak, want hij houdt van psalmen, maar het is wel heel leuk om erover te praten.”

Doen jullie vrijwilligerswerk en waarom?

Alle drie doen ze zoveel, dat ze niet weten waar ze moeten beginnen met antwoorden. Abel: “Ik ben collectant. Dat leek me als kind gewoon heel leuk, met zo’n geldzak door de kerk. Ik breng de kerkbladen rond en ik help soms bij de Betweeners en verder maak ik soms grappige filmpjes met Wietse Bolhuis. We willen met kerst weer een hele leuke ‘Kees en Corrie’ gaan maken.” Hij grinnikt al bij de gedachte. Ook Gerard heeft de afgelopen jaren niet stilgezeten: “Ik zit nu in het beamteam en al 21 jaar in de publiciteitscommissie van de kerk. De eerste website heb ik gebouwd met zoon Lukas als baby op schoot. Hij was dan lekker stil en ik kon gewoon tikken. In die tijd heb ik ook nog de Prutserjes en Betweeners begeleid en dan ben ik elf jaar mijnheer Kerkkamp geweest. Het is leuk om een steentje bij te dragen. Het kost tijd, maar het is ook een andere manier van kerk zijn.”

Dicky heeft haar hele leven heel veel gedaan voor de kerk. “Op mijn 50e ben ik theologie gaan studeren en dat komt nu nog van pas bij het ouderenbezoek wat ik doe.” Zoon Gerard schiet in de lach. “Ze is zelf tachtig en dan heeft ze het over ouderenbezoek.” Ook schenkt Dicky koffie, is ze lector en houdt ze enorm van zingen. “Je leeft niet voor jezelf”, eindigt Dicky.

Waarom moet de kerk blijven?          

“De kerk heeft goud in handen.” Het antwoordt van Dicky komt recht uit het hart. Vol passie vervolgt ze haar betoog. “De kerk leert je om je naaste lief te hebben en om naar elkaar om te zien. Mensen zoeken geloof, hoop en liefde. Iedereen is uiteindelijk op zoek naar zingeving en dat heeft de kerk te bieden. De Ontmoetingskerk is ook een kerk met een open blik. Je kan hier gewoon jezelf zijn.“ Abel: “De kerk is een plek waar je kan komen als je iemand nodig hebt.”

Pin It on Pinterest