Zijn vader was bruggenbouwer bij Rijkswaterstaat en als de brug klaar was verhuisde het gezin naar het volgende project. Daardoor verhuisde Kees nogal eens in zijn leven. Nog maar drie maanden oud ging hij van Zaandam naar Swifterbant vanwege de aanleg van de Ketelbrug en daarna naar Lelystad. Daar woonde het gezin Benard eerst in de Klip en later op de Buitenplaats. Hij bouwde daar met zijn vriendjes hutten, maar ook bruggen.
Achter hun huis bundelden ze het riet en maakten daarvan een brug. Hoe spannend was het om droog de overkant te halen. Kees is de tweede zoon uit een gezin met negen kinderen. Ze waren lid van de Gereformeerde Gemeente. Kees ging naar de reformatorische basisschool Eben Haezer in Emmeloord en daarna naar de Havo (van Lodenstein College) in Amersfoort. Op zijn zestiende verhuisde het gezin naar Bleiswijk bij Rotterdam. Na zijn middelbare school ging hij studeren aan de Pabo in Gouda. Hoewel hij de studie leuk vond, wilde hij toch niet verder in het onderwijs. Hij vond het moeilijk om voor de klas te staan en al het voorbereidend werk te doen en is daarom in Utrecht begonnen aan een studie theologie. Daar ontmoette hij Marianne, zijn latere vrouw met wie hij voor een half jaar naar Zuid-Afrika is vertrokken voor missiewerk, waarbij ze in een sloppenwijk gewoond hebben. Terug in Nederland bleef Utrecht hun woonplaats. Omdat Kees zijn opleiding nog niet had afgerond, is hij bij de belastingdienst gaan werken en vervolgens het notariaat ingerold. Toen zijn vrouw werd beroepen in Wichmond, verhuisde het gezin naar de Achterhoek. In 2008, tijdens de bankencrisis, kwam hij tot inzicht dat hij graag zijn theologiestudie wilde afronden en is aan de slag gegaan met zijn scriptie. In 2011 kon Kees aan de slag in zijn eerste gemeente: de Brug(!)kerk in Lemelerveld. Na zeven jaar werd hij voorganger van de Hervormde Kapel in Wierden en nu, acht jaar later gaat hij terug naar Lelystad, waar het ooit allemaal begon. Kees is sinds kort gescheiden. Het paar heeft drie kinderen die allemaal het huis uit zijn en van wie de jongste een pleegzoon is.
Dit is geen standaard CV. Je hebt overal en nergens gewoond, verschillende studies gedaan en uiteenlopende baantjes gehad.
“Het heeft me ook veel geleerd. Toen in 2008 de bankencrisis uitbrak, droogde het werk op en heb ik drie ontslagrondes meegemaakt. Ik weet dus wat het is om onder een baas te werken en hoe het voelt als je je baan dreigt te verliezen. Hoewel het een nare en spannende tijd was, is het ook verrijkend geweest.”
Behalve van baan ben je ook van kerk geswitcht. Opgegroeid binnen de Gereformeerde Gemeente ben je nu dominee van de PKN en lid van de Vereniging van Vrijzinnige Protestanten.
“Ja, dat zijn uitersten binnen het spectrum van geloofsgemeenschappen. Dat is ook een hele zwerftocht geweest, die tijd en energie gekost heeft. Theologisch heb ik afstand genomen van het geloof van mijn ouders, maar psychologisch speelt het nog regelmatig op. Daarnaast merk ik dat de extremen niet zo ver uit elkaar liggen als het lijkt. Het is net als bij een hoefijzer, de uiteinden raken elkaar bijna. De bevindelijkheid van de Gereformeerde Gemeente, Gods verborgen omgang, lijkt op de vraag van de vrijzinnigheid: Hoe sta ik als (individueel) mens tegenover God? Waar raakt ‘iets van God’ mijn leven? Mystiek een aandacht voor de ziel is in beide geloofsbelevingen (op een andere manier) belangrijk.”
Dat schijnbare tegenstrijdige lijkt in meer dingen van jou te zitten. Je vindt meditatie en gebed heel belangrijk, en tegelijkertijd geniet je ook van een bezoek aan de Kuip. Hoe valt dat te rijmen?
Gebed en meditatie zijn het anker. Daar vind je iets van God en daar kun je altijd naar terug, dat is de basis. Maar God is overal, in de natuur, in muziek en ook in sport. In alle vier zit emotie en ook iets mystieks. Hoe mooi en spannend kan het allemaal zijn. Ik moet nu denken aan een wijsheid van Augustinus: “Heb lief en doe wat je wilt.”
Mijn belangstelling voor de dingen is daardoor wel groot, hoewel het vooral in mijn hoofd gebeurt. Ik ben geen ondernemer of klusman. Ik lees graag theologie en romans. Ik luister naar muziek van David Bowie, U2 en Bob Dylan bijvoorbeeld, maar kan ook genieten van Jeroen Zijlstra en de Vlaamse band Het zesde metaal en ik heb een mooie collectie Requiems van de 14e tot begin 21e eeuw. Verder houd ik van kijken naar goede films, cabaret of een mooie sportwedstrijd. Wat actiever: Ik houd van zingen, koken, wandelen.

Deze foto is genomen tijdens de Nijmeegse vierdaagse van 2024. Heb vroeger een blauwe maandag aan volleybal gedaan en veel aan hardlopen: halve marathons en trialruns, in de natuur, waarbij het parcours voornamelijk bestaat uit onverharde paden, heuvels, bossen en smalle paadjes (trails). Soms vijfentwintig kilometer lang, over de ‘bergen’ van de Sallandse heuvelrug, heel pittig. Ik heb op latere leeftijd ook Jiu Jitsu gedaan om weerbaarder te worden.
Je bent geboren en getogen in het westen. Toch heb je de laatste vijftien jaar in het oosten gewoond en bent een fan van Daniel Lohues die bijna alleen in het dialect zingt. Hoe kan dat?
Dat we in het oosten wonen komt door Marianne. Zij is geboren en getogen in Zwolle en wilde altijd graag terug naar het oosten. Nu we uit elkaar zijn, ben ik niet meer zo aan die regio gebonden, hoewel ik er altijd met plezier gewoond heb. Waarom ik van de muziek van Lohues houd: Ik vind hem de Bob Dylan van de lage landen. Je kunt merken dat hij in de kerk op het orgel gespeeld heeft, je hoort bij hem Bach en Mozart terug, maar ook blues, rock en country. En zijn teksten vind ik prachtig. Zij zijn simpel en hebben toch diepgang en gaan over universele levensvragen. We hebben onlangs een themadienst gehad waarin we gedeeltes van de gelijkenis van de verloren zoon afwisselden met nummers van hem. Kijk maar eens terug (8 maart 2026). Ik heb wat met taal en vind de verschillende dialecten een verrijking op ons Nederlands. In de Biebel in de Twentse sproake van ds. Anne van der Meiden komen ze met “Ie bint goed off” dichter bij de inhoud van de zaligsprekingen dan met de woorden “zalig”en ”gelukkig” die wij gebruiken.
Dit interview komt in het kerkblad met als thema profeteren, als één van de werken van Gods Geest. Wat is de betekenis daarvan en zou je kunnen zeggen dat jij bij ons komt als de nieuwe profeet?
Profeteren is volgens mij zeggen wat gezegd moet worden. Een profeet komt in opstand tegen een misstand of een foute machthebber. Maar niet ieder protesteren is profeteren. Een profeet komt op voor de kwetsbaren, handelt in liefde, preekt uiteindelijk verzoening. Zijn verhaal is ingebed in het grote verhaal van God met mensen. Denk aan ds. Martin Luther King. Ik ben geen profeet, maar hoop wel dat zo nu en dan een profetisch vonkje van het vuur van liefde en gerechtigheid in mij overslaat op mensen. Daar hoef je trouwens geen dominee voor te zijn. Mensen als Greta Thunberg en Francesca Albanese zou je kunnen zien als moderne profeten.

Waarom heb je gekozen voor de Ontmoetingskerk?
Wat mij aanspreekt is een evenwichtige mix van realisme en hoop, van focus en vertrouwen, van zorg en ambitie. Ik deel de aangegeven kernwaarden (delen, ontmoeten en verdiepen) en ambities (toekomstbestendig, oefenplaats met ruimte en het verlangen kerk in de stad te zijn). Ik herken mij in het profiel (verbinder, inspirator, leraar, voorganger en netwerker). Ik ben geen pionier, maar wel creatief genoeg om samen met anderen naar oplossingen te zoeken. Als het om het (teruglopende) jeugdwerk gaat bijvoorbeeld, zullen we eerst de jongeren zelf moeten bevragen. Wat verwachten zij van de kerk? Maak ze zelf eigenaar van het probleem. Er is een toenemende vraag naar zingeving en daarbij is de kerk een alternatief. En ik deel het verlangen om als gemeente een ontmoetingsplaats te zijn, waar voor iedereen die mee wil doen, ruimte is om te leren, te ontvangen en te delen. Daarbij speelt ook mee dat het na acht jaren in Wierden tijd is om een andere plek te zoeken. Niet ‘meer van hetzelfde op een andere plaats’, maar een plek met een echt andere context en andere uitdagingen, waar kerk en geloof geen vanzelfsprekendheden zijn en waar de kerk zich bewust is van haar maatschappelijke roeping. De Ontmoetingskerk presenteert zich als een kerk met de blik naar buiten gericht. Een kerk die midden in de stad en wereld staat. En als je diep in mijn hart kijkt, ga ik straks liever in de buurt van de kerk wonen in een klein huis tussen de medelanders dan in een luxer alternatief.
Kun je weer bruggen bouwen….
Ja, samen met jullie.