Klussen, klussen en klussen, Jetze al vijftig jaar klusjesman in de kerk

Hij hoeft niet op de voorgrond, blijft het liefst onzichtbaar. Het is typisch Jetze Wijnja als hij meerdere keren tijdens het interview zegt: “…. maar ik ben niet de enige, hoor, anderen doen ook heel veel !” Zo kennen we hem. De stille en bescheiden werker op de achtergrond. Hij is al bijna vijftig jaar de klusjesman van de kerk. Als ik hem daar tref, heeft hij net de laatste hand gelegd aan de renovatie van zaal 2.

Hij heeft een houten wand geplaatst voor de opslag van extra stoelen. Het zaaltje is er knusser door geworden. En gisteren was hij nog bezig met het afstellen van de camera’s in de kerkzaal. Door slimme klosjes te plaatsen hebben die nu een groter bereik.

Jetze is de oudste zoon van de familie Wijnja, hij heeft drie broers en een zus. Vader Wijnja was kolenboer, maar met de aardgasvondst in Slochteren kwam daar een eind aan. In 1977 immigreerde de familie vanuit Friesland naar de polder, want Wijnja werd de eerste conciërge van de Christelijke Scholengemeenschap de Brug, dat later na fusies opging in Arcus en Porteum. Helaas heeft hij niet lang mogen genieten van Lelystad, want hij overleed in 1978. Moeder Dirkje, zesenveertig jaar jong nog, bleef met vijf kinderen alleen achter op het voor haar vreemde nieuwe land. Gelukkig kreeg zij een goede baan aan dezelfde school en kon zo haar gezin draaiende te houden.

“Toen we in 1977 in Lelystad kwamen, was ik negentien en werkte al voor een baas. En werd meteen, ik geloof door mevrouw Terluin, gevraagd of ik ook timmerwerk voor de kerk wilde doen. Nou, dat leek me wel wat en behalve voor de twee kerkgebouwen, waren we ook bezig in de pastorieën. Die in de Buitenplaats hebben we zelfs een keer helemaal gerenoveerd toen de familie Wagenvoort er kwam wonen. En van het één kwam het ander”. Jetze hielp bij de verbouwing van de oude consistorie tot jeugdhonk en timmerde de schuifwand en de klaptafels, net als de wandkasten van Prutsertjes en kindernevendienst in zaal 1. Als we de kerk door wandelen, zien we nog meer producties van zijn hand: de beamerkast, de hekjes, de informatiehoek, de voetenbankjes en niet te vergeten de gedachtenisplaats. “Ik heb er van die laatste twee gemaakt, ook één voor het Lichtschip. Toen ik in Urk het (eiken)hout ervoor ging halen en vertelde dat het voor de kerk was, kreeg ik het voor niets mee. Dat was voor ongeveer vijftienhonderd euro.”

Het is lang niet altijd simpel timmerwerk. Uit de restanten van de overbodig geworden preekstoel maakte Jetze een bijzettafel voor de collectezakken in onze zeskantige huisstijl met de precisie van een meubelmaker. Waarom doet hij zoveel? Wat beweegt hem?

“Ik vind het leuk, want ik kan helpen. Iets doen om een ander blij te maken is mooier dan stil zitten. En werken in de kerk heeft nog iets extra’s. Daar gaat het om de saamhorigheid. Dat vind ik belangrijk. Je bouwt samen aan iets. Iedereen op zijn eigen manier. Ik op de mijne. Ik ben niet zwaar gelovig, heb ook mijn twijfels. Collega’s op het werk hebben weleens gezegd dat ik zo behulpzaam ben vanwege mijn geloof. Maar dat weet ik niet. Misschien komt het ook wel door mijn opvoeding. De kerk doet mij wat, niet alleen om het praktisch bezig zijn, maar ook om de boodschap en om de ontmoeting. Dit interview moest gaan over welke wind mensen in beweging brengt. Bij mij is dat dus de wind van samen doen.”

En die wind bracht hem op meer plaatsen dan het onroerend goed van de PGL alleen. Hij bouwde mee aan beide winkeltjes in de inloophuizen, was tientallen jaren leider van de Prutsertjes, ging mee op jeugdkampen, hielp bij de hindernisbanen tijdens het startweekend, en ging maar liefst zes keer mee als bouwmeester van de bouwploeg naar Kampala.

Project Kampala ’96: Jetze helpt bij het stellen van een kozijn en doet voor hoe je een muurtje metselt. Meer dan honderd jongeren en volwassenen uit onze kerk gingen tussen 1996 en 2009 één of meerdere keren naar Afrika (Uganda) voor een werkvakantie voor de Stichting Kinderhulp Afrika. Ze begonnen met de bouw van een dokterspost en toen het project voorbij was, stond er een complete campus, inclusief middelbare school en vakschool.

Hij is inmiddels gestopt na een carrière van bijna vijftig jaar bij aannemers en timmerfabrieken, maar als vrijwilliger kent hij geen pensioen. Hij blijft klusjes doen, ook voor de buren en anderen die hem nodig hebben. Daarnaast is hij ook nog actief als hulpkoster en BHV-er. Moeder Dirkje zei ooit: “Als er iemand een lintje verdient, is het onze Jetze. Die doet alles voor iedereen.” Jetze reageert daar laconiek op: “Ik vind iets voor een ander doen niets bijzonders. Ik ken zoveel mensen die dat doen. Het is eigenlijk iets vanzelfsprekends.”

Tekst: Henk Breukelman

 

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen

Cabaret op vrijwilligers bedankavond

Een zomerse kettingbrief!

Frisse start jongerenwerk (0-18 jr)

Help jij mee achter de schermen?

Fototerugblik overstapdienst