Het is een vorm van kerkzijn
De gemiddelde leeftijd in Nederland is vanaf de helft van de vorige eeuw met zo’n tien jaar toegenomen. Mensen genieten sindsdien twee tot drie keer langer van hun pensioen. Nederland vergrijst en onze kerk doet mee. Daarom hebben wij een ouderenpastor, is er een speciale ouderen nieuwsbrief, worden er extra verjaardagsfeestjes voor tachtig plussers georganiseerd en hebben we de maandelijkse bijeenkomsten van de Ontmoetingsclub. Een persoonlijke vorm van ouderenzorg is het ouderenbezoekwerk. Bijna vijftig vrijwilligers leggen een paar keer per jaar bij ouderen boven de tachtig een bezoek af.
Hammie Bangma is één van hen.
“Het is in 1982 begonnen met verjaardagskaarten brengen in de Tjalk, de wijk in Lelystad, waar we dat jaar vanuit Bolsward kwamen te wonen. Het verjaardagsbusje hoorde er toen ook nog bij. Ik was (en ben nu nog) contactpersoon in de Tjalk en bezocht en bezoek nieuw ingekomenen (alle leeftijden). Ook aan een jubileum of een geboorte wordt aandacht geschonken. Na verloop van tijd kwamen er bezoekjes aan ouderen bij, later ook in de Botter. Daar waren in die tijd ook mensen van in de zestig of zeventig bij, hoor! Omdat de mensen steeds ouder worden is de leeftijd verhoogd naar tachtig plus. Op dit moment komen we ouderenwerkers tekort en dat is jammer.”
Hoe gaat het in zijn werk?
Zodra ik van de administratie een nieuw adres krijg (alle leeftijden), stop ik eerst een standaardbrief in de bus, waarin ik de mens(en) bericht, dat ik de bezoekwerker van de Kerk ben in hun wijk. Tevens een voorstel voor een eerste afspraak voor kennismaken. Past het niet, dan kunnen ze me bellen en dan regelen we dat.
Ik ga altijd alleen en bezoek de tachtigjarigen zo eens in de drie of vier maanden. Ik maak een lijstje met informatie, zodat ik ergens bij aan kan haken of vragen heb voor het geval iemand die wat gesloten is. En dan lukt het vaak wel om samen een leuk gesprek te hebben. En de extraverte mensen laat ik graag praten, dan luister ik. Heel soms is er iemand voor wie zo’n bezoek niet hoeft, dan houden we het zo. Ik kom bij deze mens(en) toch eenmaal per jaar met de verjaardagskaart, zodat er wel enig contact blijft. Een enkel persoon hoeft geen bezoek, maar mag ik af en toe bellen hoe het gaat. Ook daar breng ik een verjaardagkaart. Op deze manier doe ik het zelf zo’n beetje in, maar een iedere ouderenbezoekwerker heeft natuurlijk zijn/haar eigen manier. Ik probeer altijd vrolijkheid te brengen, niet klagerig te doen, maar positief te blijven. Dat is mijn stijl. Ik lees niet uit de Bijbel, bid of zing niet met ze. De ouderenbezoeker vervangt niet de dominee of de ouderling. En de meeste mensen vinden dat prima. En voor wie dat wel wil, regel ik een afspraak met Marjolen, onze ouderenpastor.
Eén keer was ik op bezoek bij een vrouw, een vreselijk leuk mens trouwens, die wilde wel graag een dominee op bezoek en dan ook nog een man. Je wordt ook vertrouwd met de mensen bij wie je komt. Ik word op de hoogte gehouden van de nieuwtjes, krijg bijna altijd een rouwkaart bij hun overlijden en als ze verhuizen naar een verpleeghuis, dan blijven mijn bezoekjes gewoon doorgaan. Na afloop maak ik altijd een verslagje, zodat ik bij een volgend bezoek weet waarover we het gehad hebben. Ik hou wel van structuur, dat heb ik waarschijnlijk overgehouden aan de tijd dat ik bij de gemeente een administratieve baan had bij het grondbedrijf.”

Waarom doe je dit?
Ik vind het leuk om te doen. Ik ga nooit met tegenzin. Ik vind het belangrijk werk. Je doet iets voor je medemensen, je geeft ze aandacht en het gevoel erbij te horen. Als je niet meer naar de kerk kunt of om andere redenen niet gaat, zorgt ouderenbezoekwerk voor die verbinding. Het is ook een vorm van kerkzijn. Het is dankbaar werk. Mensen waarderen het en dat laten ze ook merken. Ik kom graag onder de mensen en kan het op mijn eigen manier invullen. Het is dus een win-win situatie. Ik krijg zelf ook veel terug. Ik ben niet van Christelijke komaf. Mijn ouders gingen niet naar de kerk, ik ging naar de openbare school, maar ik ging wel naar de zondagsschool. De ramenwasser van Bolsward was onze leider. Daar hoorde ik voor het eerst verhalen uit de Bijbel.
Je bent drieëntachtig. Je hoort zelf tot je doelgroep. Hoe kom je aan die energie?
Ik ben gezegend met een goede gezondheid. Kan nog autorijden, fiets overal nog naar toe. En ga twee keer per week naar de sportschool. Wij voelen ons eigenlijk nog niet zo oud. Ook Flip, mijn man, is tweeëntachtig en tennist nog steeds, en fanatiek. En we hebben samen een hele vrolijke sport gedaan. Toen Flip uit gevoetbald was en ik klaar met turnen, zijn we gaan ballroomdansen.

Eerst gewoon om samen iets te doen, maar we werden steeds enthousiaster. Op het laatst deden we zelfs aan landelijke wedstrijden mee. Maar het leukste was dat we op onze ouwe dag met acht andere paren langs verpleeg- en verzorgingshuizen gingen. Als The Oldtime Dancers, probeerden we vrolijkheid te brengen. En het werkte. We dansten op de Schaatsenrijderswals of de Valeta, allemaal heel herkenbaar, zodat ook mensen met dementie mee konden doen. Je zag aan hun reacties hoe erg ze genoten van de bekende muziek, de wervelende dansen en de mooie kostuums. Na afloop dronken we samen een advocaatje met slagroom. Eigenlijk was dat ook ouderenbezoekwerk.
Interview & Tekst: Henk Breukelman
Dit verhaal is onderdeel van de Actie Kerkbalans 2026.

