Wat beweegt straatpastor Charissa?

Als tiener wilde ze zendeling worden, ontwikkelingswerk doen. Liedjes van Julie Miller als What would Jesus do zong ze mee: we must be his voice, we must be his hands, we must show his heart, so they understand. Maar haar mavo-diploma was niet toereikend. Dus werd het Sociaal Pedagogisch Werk op MBO Flevopoort in Emmeloord. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en toen ze klaar was in de Noordoostpolder heeft ze de stap gezet naar de Evangelische Theologische Hogeschool in Veenendaal, later Ede.

Ik heb om vier uur afgesproken met Charissa Kok-Eikelboom, de eerste straatpastor in onze stad. Want ik wil weten wie ze is, wat ze doet en vooral wat haar drijft. Het gesprek is in de Ontmoetingskerk, waar ze net, samen met vrijwilliger Greet Wesselink, haar verhaal over het straatpastoraat in Lelystad heeft gehouden. Precies op de dag dat ze twaalfenhalf jaar getrouwd is met Edwin Kok. Het zegt iets over haar werkethiek. Ik probeer het kort te houden. Dat is niet gelukt…

Stage in Lelystad

“Ik ging op mijn negentiende op kamers en vertrok uit Steenwijk, waar ik opgroeide in een gezin met zeven kinderen, naar Utrecht. De studie was pittig, de overgang naar het hbo was groot met nieuwe vakken als geschiedenis, Hebreeuws en Grieks in mijn pakket. Ik moest een baantje nemen om geld te verdienen en had professionele hulp nodig om mijn niet altijd harmonieuze jeugd te verwerken. In het laatste jaar van mijn studie gingen mijn ouders scheiden. De studie duurde door al die dingen langer. Het was een heftige periode. Maar die tijd, en met name de contextuele therapie (die problemen en levensvragen niet los ziet van wat generaties lang is doorgegeven en ontvangen) hebben me enorm gevormd. Daar heb ik elke dag wat aan.”

“Ik ging stagelopen in Lelystad, binnen het kinderwerk van de Evangelische Kerk de Pijler. Mijn afstudeeropdracht ging over geloofsontwikkeling en -opvoeding. Na mijn stage kreeg ik een baan aangeboden binnen dit kinderwerk en gaf ik onder andere godsdienstles op openbare basisscholen.”

“Zo raakte ik bekend in Lelystad, werd vrijwilliger bij inloophuis De Veste, de voorloper van Open Haven en kreeg een betaalde baan bij het IDO. Ik werd daar medewerker binnen de schuldhulpverlening en het inloopspreekuur. Ik voelde me als een vis in het water bij het IDO. Met een doopsgezinde vader, een Nederlands- Hervormde moeder en een evangelische opvoeding past het interkerkelijke echt bij mij.”

IDO

Het IDO kwam erachter dat er binnen de groep mensen die bij hen komt, ook mensen kwamen, die behoefte hebben aan het stellen van levensvragen of aan pastorale aandacht. In de schuldhulpverlening, de voedselbank, de huiskamers van de inloophuizen komen problemen aan de orde die niet meer opgelost kunnen worden met alleen een luisterend oor. Onder de armoede, de schulden en het gebrek aan sociale contacten gaan andere problemen schuil: rouwverlies, angst, ziekte, stress, uitsluiting, eenzaamheid en andere levensproblemen. Voor die mensen moest er andere, verdiepende, hulp komen.

“We moeten de straat op, stelden de kerken, op zoek naar hen die geen helper hebben”. En zie, de vacature voor een straatpastor was geboren. Charissa solliciteerde en slaagde. En nou speurt ze samen met een team van vrijwilligers de stad af op zoek naar die ‘nooddruftigen’.

Praatje aanknopen

“Iedereen in Lelystad die zich niet verbonden weet aan een kerk en/of geen netwerk kent van waaruit praktische, geestelijke en/of pastorale zorg geboden wordt, behoort tot die doelgroep. Ik leer ze kennen en herkennen en knoop praatjes met ze aan. Als je volhoudt komt het vertrouwen vanzelf. Ik verwijs ze naar hulpverleningsinstanties en zorginstellingen en als het nodig is, ga ik met ze mee. Langzamerhand wordt het straatpastoraat bekend. Ze weten waar ze ons kunnen vinden: in buurt- en inloophuizen, in kerken en in BinnenInn. Daar houden ik en een aantal vrijwilligers ook inloopspreekuren. Het netwerk van het straatpastoraat begint steeds meer te groeien.”

“Onze hulp bieden we vanuit de presentiebenadering (voor meer info zie www.presentie.nl). We gaan niet ‘evangeliseren’, maar willen Jezus’ liefde laten zien in woord en daad. En als mensen met levens- en geloofsvragen komen, vertellen we ze wel van de liefde van Jezus. We zijn bekend bij de verschillende hulpverleners en sociaal werkers. Regelmatig worden mensen doorverwezen naar ons. Want de officiële hulpverlening voorziet lang niet altijd in de behoefte. Ze is versnipperd. Waar moet een verwarde man naar toe, die een drankprobleem heeft. Voor psychiatrische patiënten en verslaafden zijn er zorginstellingen, maar ben je allebei, dan val je tussen wal en schip.”

Mensen helpen

Straatpastoraat probeert zo iemand te helpen. Zoals die vrouw die verwaarloosd rondloopt in de stad. Charissa spreekt haar aan. De vrouw reageert wantrouwend. Charissa geeft haar haar kaartje met een telefoonnummer. Een poosje later wordt ze gebeld door kerkcentrum het Anker. Ze zoeken een pastor voor een eenzame, verwaarloosde vrouw die op sterven ligt en graag geestelijke zorg wil. Het blijkt dezelfde vrouw te zijn. Het straatpastoraatsteam ontfermt zich over haar. Ze lezen haar voor uit de Bijbel. Daar wordt ze blij van en het maakt haar rustig. Ze zingen voor haar. En als ze uiteindelijk overlijdt, doet Charissa een deel van de uitvaart.

“Of neem Said Fadaey. Veel mensen in Lelystad kennen hem als Charley, de straatmuzikant met gitaar, mondharmonica en hoed. Hij hoorde in zijn scootmobiel bij het straatbeeld. Hij speelde vooral om contact te hebben met de mensen en om zijn oorlogstrauma te verdoven. Als jonge jongen werd hij met al zijn klasgenoten het mijnenveld opgestuurd (als mijnenvoer) om te zien waar de mijnen lagen en vrij pad te maken voor het leger. Een gevaarlijk werk dat veel slachtoffers maakte. Hij heeft er verschrikkelijke dingen gezien en meegemaakt. En heeft zich zijn leven lang afgevraagd, waarom hij, in tegenstelling tot veel van zijn kameraden, niet is gesneuveld.
Maar hij kon ook genieten van kleine dingen en velen hebben ook van hem genoten, want hij was een dankbaar mens, en echt zichzelf, geen opsmuk of arrogantie, heel open en ontvankelijk naar andere mensen. Hij overleed op 30 januari 2024.”

Wens

Een stille wens van Charissa is een wat permanentere opvang, zodat mensen langere tijd hebben om op verhaal te komen. De dag- en nachtopvang van het Leger des Heils is daar minder geschikt voor. Het pijnlijke is dat een dergelijke opvang heeft bestaan in de Kamp, naast de politiebrug, eerst als het Dak, later als de Regenboog. Helaas bestaat het niet meer. “Maar misschien kunnen we het opnieuw proberen, dat zou ik zo graag willen.”

“Wat mij heeft bewogen om dit te gaan doen, is een diep besef dat je geestelijk thuis kunt komen bij Jezus. Die er altijd is voor jou. Sterker nog, die zich drukker maakt om het ene verdwaalde schaap dan om de negenennegentig die bij de kudde blijven. Die in zijn leven ook altijd op zoek was naar de mensen aan de zelfkant van de maatschappij. En daardoor iedereen laat voelen dat ie belangrijk en waardevol is.”

Eigenlijk is Charissa toch zendeling geworden.

Tekst: Henk Breukelman

Categorieën

Pin It on Pinterest